Bloedbad
Ben Weber
Dit boek schetst het leven van een tiener die schijnbaar zonder motief een aantal mensen vermoordt en dan zelfmoord pleegt. De schrijver wil geen excuusboek voorleggen, maar het is wel de bedoeling dat de lezer er wat meer over nadenkt. Bij iedere dader spelen sociale en psychologische motieven een rol. De vraag is of de jongen enkel een dader is, of misschien ook een slachtoffer.
Het is geschreven naar aanleiding van de massamoord in Winnenden in 2009. Het boek wordt afgesloten met een aantal krantenartikelen daar over en met een lijst van massamoorden.
De ik-figuur, Bart Nielsen, is een jongen van zeventien die naar zijn oude school gaat en wild om zich heen schiet. Hij doodt daarbij onschuldige jonge mensen, en vlucht weg. Onderweg vallen er nog meer slachtoffers, tot de politie hem insluit en hij zichzelf door het hoofd schiet.
Na deze vreselijke scene wordt de lezer mee teruggenomen in de tijd. Zo'n veertien jaar eerder begon Bart aan zijn eerste schooldag. Al snel was hij het slachtoffer van pesters, waar hij niet tegen op gewassen was. De situatie thuis was duidelijk niet ideaal: een dominante vader met losse handjes, en een dociele moeder die liever haar eigen dingen deed dan zich bezig te houden met haar kinderen.
'maar eigenlijk vind ik het wel prima zo. Ik vermaak me best goed in mijn eentje. Ik heb helemaal geen vriendjes nodig. In feite ben ik al vroegzelfstandig geworden.'
Het is niet bepaald een sympathieke jongen, deze Bart. Hij veroordeelt anderen snel, geeft hen geen kans en stelt zich nogal negatief op. Iedereen is tegen hem, vindt hij, hij doet niets goed. Meisjes zijn voor hem louter lustobject; niet vreemd dat zijn relaties geen stand houden. Maar dat ligt natuurlijk aan die meisjes. Wonder boven wonder komt hij door zijn gedrag bij een psychologe terecht en al is hij meer geïnteresseerd in haar lichamelijke uitstraling, ze bereikt hem daardoor ook psychisch. Maar het is niet genoeg...
Bereikt de schrijver zijn doel? Vindt de lezer dat er begrip opgebracht kan worden voor deze jongeman? Ten dele wel. Tot het psychologisch rapport aan de orde komt is het beeld dat we van Bart hebben ronduit slecht. Kan de maatschappij iets doen tegen dit soort individuen? Hoe kun je op tijd signaleren dat er iets grandioos fout gaat? Daarop komt geen antwoord. Verwachtte ik ook niet.
Zeuren over de spelfouten, zal ik deze keer niet doen, maar over de stijl wil ik wel wat kwijt. Het verhaal wordt op een nogal saaie manier verteld. Er wordt niets aan de verbeelding overgelaten, en er is weinig afwisseling in zinsopbouw. Met de storende herhalingen, zoals hier bijvoorbeeld het woordje 'dan', leest dat niet echt inspirerend. Ook de dialoog is niet echt spannend.
'Thuis wordt de sfeer tussen mij en mijn zus Yvonne er niet beter op. Ze zit me continu te sarren. We liggen elkaar niet echt goed. Misschien krijgt ze wel te weinig aandacht van mijn ouders. Ze verstopt bijvoorbeeld mijn schoolspullen op zolder. Ik moet dan het hele huis doorzoeken terwijl ik mijn tijd beter kan besteden aan mijn huiswerk. Het lachen vergaat haar op het moment dat ik dan met een boek tegen het hoofd aan sla. Krijsend van de pijn rent ze dan naar mijn moeder. Ik heb dan weer heel wat uit te leggen. Laatst komt ze bij me om geld te lenen.
'waar heb je het voor nodig?' vraag ik haar.
'Ik wil graag een nieuwe Barbie kopen,' legt ze uit,.
'Wat kost dat?' vraag ik.
'Dertig euro maar,' antwoordt Yvonne.
'Maar! Dat is veel geld, Yvonne,' vertel ik haar.
'Daarom wil ik het ook van je lenen,' zegt ze.
ISBN 978 90 8666 141 1 | Paperback |214 pagina's | Boekenplan | juni 2010
Marjo, juli 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Offersteen
Elly Griffiths
Ruth Galloway is een bekende voor wie 'Dodencirkel' heeft gelezen. Ze is hoofd van de faculteit Forensische Archeologie, in Norfolk. Met een (nieuwe) kat als gezelschap woont ze vrij afgelegen, ze kijkt uit over de zee. Ze heeft het goed voor elkaar in het leven, vindt ze, al komen er in dit
verhaal op het persoonlijke vlak complicaties bij, waarover we vast in een volgend verhaal meer kunnen lezen. Dat schijnt de laatste jaren te moeten, dat speurders - in welke vorm dan ook - ook hun persoonlijke leven prijs geven aan de lezer, zelfs al voegt dat helemaal niets toe aan het kernverhaal. Elly Griffiths heeft met Ruth Galloway wel een sympathiek persoon gecreëerd. Haar eigenzinnige manier van leven spreekt wel aan. Ze is een sterke vrouw, goed in staat voor zichzelf op te komen in dat mannenwereldje waarin ze leeft, terwijl ze evenmin bang is om haar gevoelens te tonen.
Die mannen daar zitten ook 'oude bekenden' bij: politie-inspecteur Harry Nelson en Cathbad, de zonderling, die graag voor druïde speelt.
Het verhaal begint met een cursiefje, onder de aanhef 1 juni de feestdag van Carna. De ik-persoon gaat verder over offeren 'we zijn vervloekt. Dit is
geen huis meer maar een graf'. Deze cursieve stukjes komen vaker terug, en lijken uitleg te geven aan de lezer, voordat Ruth en Harry er achter zijn wat er aan de hand is. Maar de oplettende lezer weet al snel dat ze niet synchroon lopen met de tijd waarin het hoofdverhaal speelt.
Op een opgraving in een naburig dorp is een nederzetting gevonden, waarschijnlijk uit de Romeinse tijd. Doctor Max Grey is hoofd van de opgraving en vraagt Ruths hulp bij de datering: er zijn beenderen gevonden. Een skelet, waarvan de schedel ontbreekt. Misschien is het een funderingsoffer, als offerande voor de god Janus.
Maar er zijn ook beenderen gevonden bij een huis dat afgebroken is, om er nieuwbouw te laten verrijzen. Alleen de voorgevel is gehandhaafd, omdat die significant is, en juist daar, onder de drempel, ligt een skelet. Van een meisje van een jaar of vijf, ontdekt Ruth, die nu belast is met het onderzoek naar twee stekjes beenderen.
De vraag hoe oud het kind is cruciaal. En of het een meisje of een jongen is. Toen het afgebroken huis nog in gebruik was, was het een weeshuis, onder leiding van de zusters van het Heilig Hart. Nelson laat de bouw stilleggen, en dat zint Edward Spens, de eigenaar natuurlijk niet. Maar behalve een financiële strop, blijkt het ook nog een persoonlijke te zijn: zijn familie is betrokken bij de geschiedenis van dit huis. En dan is er nog pastoor Hennesey, nu met pensioen, vroeger directeur van het kindertehuis. Hij vertelt over de twee kinderen die verdwenen zijn, jaren geleden. Martin van
twaalf en zijn zusje Elisabeth, vier jaar oud. Is zij misschien dat skelet?
Terwijl Ruth haar onderzoek doet, is er iemand - de schrijver van de cursiefjes??- die haar steeds weer de stuipen op het lijf jaagt. Wie is die onverlaat die het op haar gemunt heeft? En waarom?
Lekker spannend verhaal dat speelt in een mooie setting, met sympathieke hoofdrolspelers, en dus mag het volgende deel ook snel komen.
Isbn 978 90 325 1149 4 Paperback 285 pagina's | Kern De | mei 2010
'the Janus stone' vertaald dr Els Franci-Ekeler
© Marjo, juni 2010
Lees de reacties op het forum, klik HIER
Waar de schimmen zijn
Michael Ridpath
Mordor, waar de schimmen zijn...
Voor de liefhebbers meteen duidelijk: dit boek heeft te maken met Tolkien, met In de ban van de ring. Al zullen ook niet Tolkienfans dit boek ook kunnen waarderen, het is wel een pre als je meer over diens boeken en de films naar aanleiding daarvan weet.
Magnus Jonson is rechercheur in Boston. Hij ontdekt dat een collega omgekocht wordt door een Dominicaanse bende, die zich bezig houdt met drugshandel. Omdat hij een belangrijke getuige is heeft die bende al een paar pogingen gedaan hem uit te weg te ruimen. Zonder getuigenis van Magnus is er geen zaak, dus vindt zijn hoofdinspecteur dat hij beschermd moet worden. Toevallig is er in New York gevraagd om assistentie bij een moordzaak op IJsland en: Magnus is IJslander is van origine. Magnus reist af naar zijn geboorteland. Vanaf dat moment noemt hij zich naar IJslands gebruik Magnus Ragnarsson. De reis brengt zijn verleden weer boven, hij is niet vrijwillig en zonder problemen uit IJsland vertrokken. Bovendien laat hij zijn vriendin Colby achter. Hun relatie liet de laatste tijd wel te wensen over, maar hij weet dat ze nu in gevaar verkeert. Hij wilde dat ze meeging, hij was zelfs bereid er voor te trouwen, terwijl hij wist dat ze de ware niet was. Colby had hem door en bleef thuis.
Hij is natuurlijk niet zo welkom op het IJslandse politiebureau. Hij wordt gezien als een indringer, zelfs al spreekt hij de taal.
Het onderzoek waar hij zich mee bezig moet houden, draait om IJslandse saga's. Speciaal de sage waarop Tolkien zijn verhaal over de Midden-Wereld gebaseerd zou hebben. En om de Ring. (Voor degenen die daar niet bekend mee zijn, wordt er kort verteld wat je moet weten om dit verhaal te kunnen volgen.) Tolkienadepten blijken veel geld voor over te hebben voor het originele manuscript van de saga, en natuurlijk ook voor die ring als het echt bestaat. Iemand heeft zelfs een of meer moorden voor gepleegd. Intussen blijft ook de Dominicaanse bende op zoek en maakt Magnus een domme fout.
Wat deze thriller zo bijzonder maakt is de achtergrondinformatie over IJsland zelf. Er bevindt zich een plattegrond voorin, de sagen worden inhoudelijk besproken met allerlei extra informatie. Er wordt van alles verteld over IJslandse gebruiken: rondom de naamgeving, over het dagelijkse leven, maar ook over de mysterieuze en onherbergzame natuur, die zoals hier beschreven goed de achtergrond van Frodo's avonturen geweest kan zijn. Over de omgeving van de vulkaan Hekla (onlangs nog actueel, zij het niet deze), dat zomaar het landschap van Mordor zou kunnen zijn, het land waar de schimmen zijn.
Behalve de zoektocht naar de ring en het oude manuscript, door verschillende partijen, is er ook sprake van een persoonlijke zoektocht. Magnus weet niet meer waar zijn thuis is: Boston of toch IJsland? Moet hij terug naar Colby of valt hij toch voor Ingileif?
Spannend vanwege de plot, boeiend en apart vanwege de achtergrond: Tolkien en IJslandse cultuur.
Meeslepend, want goed geschreven.
Isbn 978 90 261 2760 1 Paperback 335 pagina's | Fontein | mei 2010
'Where the shadows lie' Vertaald door Gert-Jan Kramer
Marjo, juni 2010
Lees de reactie sop het forum en/of reageer, klik HIER
Straf
Birger Baug
Perfect debuut! Een nieuwe ster aan het Scandinavische thrillerfirmament.
In het boek Straf snijdt Birger Baug een thema aan wat hem na aan het hart ligt, nadat hij als journalist te maken heeft gekregen met een geval van zelfdoding na ernstige pesterijen. Wat gebeurt er met pesters en met gepeste? Waarom wordt er gepest en wat kunnen de gevolgen zijn?
In Straf heeft pesten de ultieme consequentie: de bijna 13-jarige Kris pleegt in 1982 zelfmoord nadat hij door 5 jongens ongenadig is gepest.
In 2006 wordt politie-inspecteur Halvor Heming betrokken bij de moorden op Bjarne Rossvik en Anders Dahl. De 2 mannen maakten als pubers deel uit van een viendenclub van 5 personen. Wanneer kort daarna nummer drie dood uit het water wordt gevist, worden de overgebleven 2 mannen van politiebewaking voorzien om te voorkomen dat ook zij worden vermoord. Maar wie is er op uit om deze groep mannen uit te roeien en waarom? Langzamerhand wordt de link met de gebeurtenissen uit 1982 duidelijk.
Halvor Heming is een nieuw type politieman: gedreven in zijn werk, maar totaal toegewijd aan zijn gezin, bestaande uit zijn vrouw en drie jonge kinderen. Omdat zijn vrouw ook een hoge fulltime baan heeft, komen de agenda's wel eens met elkaar in botsing. Samen zorgen ze ervoor dat de kinderen van school en crèche gehaald worden, de boodschappen gedaan worden, er gekookt wordt en de kinderen hun huiswerk maken. Beide banen zorgen regelmatig voor kinken in de kabel maar Halvor en zijn vrouw zien toch kans de boel redelijk glad te laten verlopen.Bijkomend probleem is dat – tijdens het onderzoek van de moordzaken – Halvor het idee krijgt dat zijn zoontje ook wordt gepest. De woede en de onmacht die hij daarover voelt, maakt dat hij zich nog vaster bijt in de zaak.
Ik vind Straf een perfect debuut en als liefhebber van Scandinavische thrillers is er voor mij een nieuwe ster gaan schitteren. De karakters zijn zeer geloofwaardig en er is een prima mix van werk en privé-leven, waardoor met name politieman en huisvader Halvor Heming goed uit de verf komt.
De sociale betrokkenheid van Birger Baum wordt verklaard in dit citaat uit een interview: 'Ik ben ooit journalist geworden om verschil te maken voor mensen die een soort “woordvoerder” nodig hebben'. Dit probeert hij momenteel vorm te geven via zijn boeken, waardoor hij een breder publiek trekt. Verderop zegt hij: ‘Straf voelt als een soort literaire wraak voor sommige slachtoffers van pestgedrag. Daarom heb ik geprobeerd een goedfunctionerende, moderne held te creëren, waar mijn generatie daadwerkelijk in kan geloven. Dat was mijn doel met het schrijven van dit boek.’ En daarin is hij naar mijn mening perfect geslaagd. Geen gemoraliseer maar een heldere boodschap verpakt in een superspannende thriller.
Momenteel is Baug bezig met de opvolger van Straf, die de werktitel Verloren Paradijs heeft meegekregen. Onderwerp is de heroïnehandel en hoofdpersoon is wederom Halvor Heming. Het boek komt in 2011 uit, dus nog even afwachten helaas!
ISBN 9789022995754 Paperback 223 pagina's | A.W. Bruna | mei 2010
© Joananzinha, juni 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De babymakelaar
Dit is het vijfde boek van schrijfster Marelle Boersma, maar het eerste boek dat ik van haar heb gelezen. In haar boeken snijdt Boersma altijd heikele onderwerpen aan, waaromheen ze een spannende thriller bouwt, zoals bijvoorbeeld de cosmetische chirurgie, natuur(behoud) en in dit nieuwe boek de commerciële (en illegale) draagmoederschap.
Musicalster Femke van Dam en haar man Björn storten zich hierin omdat ze dolgraag kinderen willen en ze deze zelf niet kunnen krijgen. Het boek begint met een schokkende moord, waardoor je gelijk getriggered wordt om snel verder te lezen; je wordt meegesleept in de wereld van het commerciële draagmoederschap. Die wereld is illegaal, corrupt en niet op baby's maar op geld gericht. Dat merkt Femke aan den lijve wanneer ze, na de onverwachte dood van Björn, wordt bedreigd om steeds meer geld te geven aan de organisatie die zij in de arm hebben genomen om via een draagmoeder hun kind te krijgen. De draagmoeder is acht maanden zwanger, dus Femke doet er alles aan om de organisatie tevreden te houden en haar kind niet te verliezen. Maar is dat goed genoeg of moet ze een stap verder gaan?
Naast dit alles heeft Femke ook nog te maken met een hinderlijke paparazzo, die haar, sinds zij onlangs is doorgebroken in een grote musicalproductie, overal achtervolgd. En dat kan ze nu natuurlijk net niet erbij hebben!
Het verhaal zit redelijk goed in elkaar en op onderdelen was het zeer meeslepend. Met name de hoofdstukken waarin we de draagmoeder volgen zitten goed in elkaar qua beschrijving en inlevingsvermogen. Maar wat steeds als een angeltje in mijn achterhoofd zat was het feit dat met name de figuur van Björn ongeloofwaardig is. Hij is rechter en – hoewel rechters ook gewone mensen zijn – kan ik mij niet voorstellen dat zij zich zonder meer in het illegale circuit van het commerciële draagmoederschap zullen storten. Temeer daar zijn beweegredenen eigenlijk niet goed onderbouwd worden, anders dan dat Femke zo ontzettend graag een kind wil. Dat deel van het boek is niet sterk, maar in het tweede deel van het boek begint het verhaal goed te lopen en pas op het eind wordt duidelijk wat er precies aan de hand is en wie te vertrouwen was en wie niet.
Ik heb het boek met veel plezier gelezen; de schrijfster weet een huiveringwekkende en niet ondenkbare wereld bloot te leggen. Waar het boek met een spetterende proloog begint, verstaat Marelle Boersma de kunst om door middel van een mooie epiloog het laatste losse eindje netjes af te knopen, zodat de lezer met een tevreden gevoel een afgerond verhaal kan wegleggen.
Het boek is gebaseerd op recente ontwikkelingen, zoals Boersma in een interview aangeeft. Zij neemt graag een actueel onderwerp en bouwt daar – voor een deel gebaseerd op intuïtie – een spannende thriller omheen. Het is al verschillende keren voorgekomen dat door haar beschreven gebeurtenissen later ook daadwerkelijk plaatsvonden. Dat geeft haar boeken een spannende dosis actualiteit mee. Inmiddels is zij bezig met haar zesde boek.
ISBN: 9789461090034 Paperback; 294 blz. Uitgeverij: Verbum Crime april 2010
© Joanazinha, mei 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Duivelsgesel
Lydia Verbeeck
Sinds ik het debuut van Lydia Verbeeck las, heeft de schrijfster niet stilgezeten. Dit is al haar vierde thriller. Ze spelen allemaal in de omgeving van Lier, bij Antwerpen, rond het begijnenhof. En steeds indezelfde tijd, de zestiende eeuw. In dit boek bevinden we ons iets verder, in het jaar 1602.
Isabella kwam vlak voor de dood van Filips II op 6 mei 1598 met de Akte van Afstand in het bezit van de Zuidelijke Nederlanden, die als bruidsschat door haar vader werd gegeven aan Isabella en haar echtgenoot. Sinds 1568 was er een oorlog gaande, de opstand van de Nederlanden tegen de Spaanse soevereiniteit. In de omgeving van Lier trokken de troepen van de katholieken rond, om de staatsen (de opstandelingen) tegen te houden. Maar er was te weinig geld, de soldaten morden en wilden hun soldij. De schout, Lesage, wordt hierop geattendeerd, maar heeft al genoeg problemen in de stad zelf. Hij heeft een conflict met zijn schepenen, die de rechtsmacht in Lier willen houden, terwijl Lesage het aan Antwerpen overlaat om vonnissen te vellen. Er is net een moord gepleegd. De vrouw van kunstschilder Gerbrand Damen wordt doodgestoken. Er is een getuige die Damen bij zijn vrouw heeft zien zitten, met de dolk in zijn hand. En stomdronken. Dat hij de dader niet is, dat weet de lezer al, maar omdat de getuige niet alles vertelt, wordt Damen opgesloten en zal hij naar Antwerpen vervoerd worden.
In de stad woont Lode Brinkmans met zijn vrouw, Magdaleen. Brinkmans handelt in duivelsgesels, een 'flagellum daemonum', een soort boekje met daarin een lievevrouwenbeeldje en een botje gewikkeld. Er stond een tafereel uit het leven van heiligen in, of een religieuze spreuk. Volslagen nep, maar in die tijd wilden mensen alles geloven en hadden kwakzalvers het geluk aan hun kant.
Brinkmans mishandelt zijn vrouw 'om haar op het rechte pad te houden', en zij heeft zich gewend tot de begijn Anna. Anna heeft het ongeluk een scheve neus te hebben, en als bij de overburen van de Brinkmansen door een gruwelijke voorval de dochter sterft, wijst de moeder naar 'die heks'. In die tijd van ketterij en heksenvervolging werd dit een complete hetze: met het dode kind trok een groep verhitte burgers naar het begijnenhof. Hier vinden we grootjuffrouw Amandine terug, die ook in andere boeken een rol speelde. Haar hof wordt bedreigd, wat zal ze doen?
Anna en Magdaleen moeten zien dat ze de stad uitkomen. En ook Lode ziet zich bedreigd, en wil weg.
En dan is er nog Johanna, de vierde, nog ongehuwde, dochter uit een rijke, belangrijke familie, die haar oogje heeft laten vallen op de schilder. Na
allerlei toestanden wil haar vader haar laten overbrengen naar een klooster buiten de stad.
Maar we zitten nog steeds met die muitende soldaten en als Lesage net op dat moment besluit de stadspoorten te sluiten zitten we met al deze mensen die per se de stad willen verlaten, maar dat niet kunnen, en intussen is de schilder ontsnapt, die terug de stad in wil, net als de soldaten die willen gaan plunderen.
Lydia Verbeeck weet deze knoop van verhaallijnen perfect te ontwarren. Haar vierde thriller is meeslepend en boeiend genoeg om het niet weg te willen leggen. Bovendien geeft ze als terloops in het verhaal mee hoe mensen in die tijd leefden en dachten. Het is een tijd waarin ik niet graag geleefd zou hebben!
ISBN 978 90 223 2490 5 Paperback 430 pagina's | Manteau thriller | maart 2010
© Marjo, mei 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Game, set & match
Elma Noë
Een nieuwe schrijfster die zich op het pad van de jetsetthrillers waagt. Het boek speelt zich af in het Gooi, op een tennisclub of bij de leden daarvan.
Laura en Thomas vormen een ideaal stel. Ze zien er goed uit, komen materieel absoluut niets te kort; ze hebben een goede baan, een bijna-volwassen dochter, een hond en een kat, en ze hebben goede vrienden. Die ze ontmoeten op de tennisclub dus.
Maar we zouden geen verhaal hebben als er niet na vijfentwintig jaar wat onvrede binnensluipt. Thomas vindt de hond vreselijk, en hij vindt de dromen van zijn vrouw, die graag wil gaan 'overwinteren in een warm land' maar onzinnig. Laura is geïrriteerd als hij niet eens wil praten. En ze vindt dat hij te veel drinkt.
Deze onvrede maakt het makkelijk voor Dorinde, de mannenverslindster die haar oog op Thomas heeft laten vallen.
Je ziet het aankomen: Thomas is een watje, zo heel veel moeite hoeft Dorinde niet eens te doen. Maar zij wil meer, ze dringt zich ook bij Laura op, en bij de tennisvrienden. Dat Dorinde zo haar eigen problemen met mannen heeft, dat krijgt de lezer later te horen, maar het weerhoudt haar niet -integendeel zelfs- om steeds weer een andere man te willen veroveren. Die man wil ze dan ook helemaal voor zichzelf. Thomas lijkt een makkelijke prooi, zelfs al is er soms eeningreep door de regisseur nodig. Een regisseur die gaat voor de overwinning, kost wat kost.
De lezer weet dan al - dat staat in de proloog- dat Laura iets akeligs overkomt. Is dat door toedoen van Dorinde? Maar zij is toch een vriendin
van Laura? Komt Thomas op tijd bij zinnen, of is het al te laat?
De woorden game, set & match vormen de drie hoofdstukken. Ken je dan de afloop al? Deze lezer niet, ik moet bekennen dat ik zelfs de tennistermen op heb moeten zoeken. Maar achteraf? Hm, je kan een vermoeden hebben, maar de ontknoping is onverwacht. Voor je bij die ontknoping bent, zijn er al verrassende wendingen geweest, de twee laatste delen van het boek zijn spannend en dan lees je geboeid door.
Daarvoor moet je wel eerst het tragere eerste deel door.
Voor de liefhebber is dit een lekker boek om je vrije tijd aan te besteden. Voor diezelfde liefhebber zijn de setting en de clichés geen probleem.
Elma Noë weet de spanning op te voeren, past de juiste trucjes toe. Ze heeft een vlot boek geschreven, met humor en genoeg soapelementen om te blijven boeien.
Isbn 978 90 6305 567 7 Paperback 246 pagina's | Archipel Uitgeverij | april 2010
© Marjo, april 2010
Lees de reacties op het ofurm en/of reageer, klik HIER
de Souffleur
D. Carrisi
Wie aan de Souffleur begint, belandt in een achtbaan van spanning en verbijstering die ook na de laatste bladzijde niet voorbij is. Dit staat op de achterkant van dit boek en het is zonder meer waar. In zijn debuut sleept D. Carrisi, een Italiaanse jurist en criminoloog, je mee van de ene verbijsterende ervaring naar de andere.
Het boek begint met een brief van de directeur van een gevangenis over een mysterieuze gevangene. Hij is onbekend en wil dat ook blijven: hij weigert zijn naam te noemen en met succes weet hij te voorkomen dat DNA materiaal van hem afgenomen wordt. Ook zijn vingerafdrukken zijn onbekend. Wie is hij?
Wanneer op een dag zes armen van jonge meisjes worden gevonden, begint de zoektocht naar een gevaarlijke seriemoordenaar. Uit forensisch onderzoek blijkt dat 5 meisjes niet meer kunnen leven, maar het zesde meisje kan nog in leven zijn. In haar arm worden sporen gevonden van middelen waardoor de politie denkt dat de moordenaar probeert haar zo lang mogelijk in leven te houden om zijn kick te krijgen.
Mila Vasquez is een eenling, een expert in het vinden van verdwenen kinderen en met een duister verleden. Zij wordt toegevoegd aan een speciaal rechercheteam dat zich bezighoudt met de opsporing van seriemoordenaars.Dan worden één voor één de lijken van vijf meisjes gevonden; op heel bijzondere plekken die leiden tot het ontdekken en oplossen van nog meer gruwelijke misdaden. Maar je hebt geen moment het idee dat het team dichter bij de seriemoordenaar komt. Veel meer kan er eigenlijk niet over het boek worden verteld, zonder de plot te verraden.
De Souffleur is een superspannend boek met veel, elkaar snel opvolgende wendingen. Als lezer moet je goed je aandacht bij het boek houden – wat door het hoge thrillergehalte van het boek niet moeilijk is – want je wordt van de ene verdachtmaking naar de andere onthulling gesleept. Maar heel af en toe had ik ook het gevoel dat het verhaal op sommige momente wat te veel van het goede was. Ondanks het feit dat het boek daarom volgens mij best wat ingekort had kunnen worden – met zijn 511 bladzijden is het fors uitgevallen en verviel de auteur hier en daar in herhalingen – heb ik het met veel genoegen uitgelezen. Geslaagd debuut!
ISBN 9789028423015 Paperback 511 pagina's | Wereldbibliotheek | mei 2009
Vertaald door Els van der Pluijm
© Joanazinha, april 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Nacht zonder schaduw
Gisa Klönne
Als het onderwerp van een boek niet iets is waar je graag over leest en je leest het boek toch geboeid uit, dan is er geen andere conclusie mogelijk dan dat het goed geschreven is. Dit is het derde boek van Gisa Klönne, het eerste dat ik lees en ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat de hoofdpersonen in de andere boeken dezelfde zijn. Er zijn meer personages, maar er zijn er drie die het verhaal dragen.
Hoofdinspecteur Judith Krieger is een alleenstaande vrouw. Er zijn genoeg kandidaten, maar op de een of andere manier slaagt ze er niet in contact te maken. In dit boek wordt ze achtervolgd door een vervelende droom waarin ze valt; er is ook een stem die zegt: 'nu weet je wat het is'. Ekatarina Petrowa is een Russin die als patholoog-anatoom werkt in Keulen, waar het verhaal speelt. Er zijn de nodige demonen in haar verleden, maar ze hoopt er mee afgerekend te hebben. Tot ze op een dag aangesproken wordt door een vrouw in haar nevenfunctie van arts voor de vereniging van Vrouwen voor Vrouwen, een instelling waar mishandelde vrouwen veilige plek kunnen vinden, als ze eenmaal besluiten hun man of pooier te verlaten. De vrouw roept nare herinneringen op. De derde vrouw die een grote rol speelt is de kunstenares Theodora Markus. Net als de andere twee alleenstaand, en met de nodige problemen.
Vlak bij een eindhalte van de S-Bahn wordt een dode man gevonden. Het is een bestuurder van de S-Bahn, een onopvallende, eenzame man. Niemand weet iets bijzonders over hem te vertellen, men heeft geen idee waarom hij vermoord is. Hier is goed speurwerk vereist, en Judith Krieger bijt zich er in vast, terzijde gestaan door enkele mannen. Moet zij in haar werk zich als vrouw sowieso al bewijzen, steeds opnieuw, nog erger wordt het als zij het vermoeden uit dat vrouwenhandel, vrouwenmishandeling een grote rol speelt in deze zaak. Dat concludeert zij als na een brand in een pizzeria, in hetzelfde gebied een Russisch meisje wordt gevonden: in de kelder, in coma door de rook. En als een van de kunstenaressen in de oude fabriek een call-girl blijkt te zijn.
Het onderzoek brengt hen bij zwervers, bij pooiers en bordelen, niet bepaald een prettig milieu. Kriegers mannelijke collega's denken aan maffiapraktijken, ze denken dat Judith te veel blijft hangen op een van haar stokpaardjes. Het loopt allemaal anders dan ze dachten, en het wordt levensgevaarlijk voor Judith. En ongelooflijk spannend voor de lezer.
Gisa Klönne voert die spanning op door het verhaal vanuit verschillende perspectieven te vertellen, en natuurlijk haar hoofdstukken af te sluiten met cliffhangers. Behalve een spannende thriller is het ook een boek dat een doekje open doet over de handel in vrouwen, over de nauwelijks bestaande rechten en mogelijkheden die mishandelde vrouwen hebben. Over blijf-van-mijn-lijfhuizen, en over prostitutie. In dit geval vooral toegespitst op Duitsland natuurlijk, maar er is geen Europees land waar deze zaken niet op de politieke agenda staan of zouden moeten staan.
ISBN 978 90 229 9581 5 Paperback 292 pagina's | A.W. Bruna Uitgevers | maart 2010
'Nacht ohne schatten' Vertaald door Olga Groenewoud
© Marjo, april 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer klik HIER
Het geheim van de alchemist
Scott Mariani
Op de cover staat: Thriller voor de liefhebbers van Kate Mosse en Dan Brown. Dat was voor mij de trigger om dit boek te gaan lezen omdat ik de boeken van Mosse en Brown zowel qua plot als qua onderwerp ontzettend goed vindt. Scott Mariani borduurt voort op de hype van dit soort boeken waarin een persoon of voorwerp uit de oudheid voor spannende zoektochten in de huidige tijd zorgen.
In het geval van Het geheim van de alchemist gaat het om een manuscript van ene Fulcanelli. Fulcanelli was een meester-alchemist waarvan wordt vermoed dat hij het recept voor het levenselixer heeft gevonden waar alchemisten al eeuwenlang naar op zoek zijn. Maar: zowel Fulcanelli als zijn manuscript waarin het recept zou staan zijn in het begin van de 20ste eeuw verdwenen. Ben Hope is een voormalig SAS-agent met een getroubleerd verleden en hij wordt door Fairfax, een rijke zakenman, ingehuurd om het manuscript te vinden, zodat Fairfax's enigste kleindochter Ruth – die stervende is – door het levenselixer kan worden genezen.
Tijdens zijn speurtocht ontmoet Ben onder andere Roberta Ryder, een Amerikaanse wetenschapper die haar baan en aanzien is verloren omdat zij zich met alchemie bezighield. Samen zoeken zij zich langzaam maar zeker een weg door de aanwijzingen heen. Ze dringen steeds dieper in het mysterie en komen uit bij de Katharen.
De invalshoek van het boek is interessant, zeker wanneer je in de geschiedenis van de (katholieke) kerk geïnteresseerd bent. De geschiedenis van de Katharen is al onderwerp van menige thriller geweest, mede omdat er zoveel geheimzinnigheid zweeft rond deze groep gelovigen. Zij leefden voornamelijk in het zuiden van Frankrijk. In de 13e eeuw werden zij in bloedige kruistochten vervolgd en uitgeroeid. Eén van de middelen die de Katholieke Kerk hierbij inzette was de Inquisitie, die speciaal voor de vervolging van de Katharen is opgericht (Bron: Wikipedia). Wanneer de Inquisitie zich ook gaat bemoeiten met het manuscript van Fulcanelli volgen de moorden elkaar in rap tempo op.
Het taalgebruik van het boek komt gewild populair over. Van een serieuze wetenschapper als Roberta Ryder verwacht je niet dat ze zegt: Ik zal ze een poepie laten ruiken (blz. 61). Ik weet niet of dit aan de oorspronkelijke taal of aan de vertaler ligt, maar zo'n 'downgrading' qua taal is zeer storend en past mijn inziens niet bij dit soort boeken. Verder stoorde mij het joviale gebruik van voornamen waar dat niet natuurlijk overkwam, zoals bij pastoor Pascal Cambriel die enkele malen alleen met de naam Pascal aangeduid wordt. Het voelt niet natuurlijk aan. Dit, afgezet tegen het onderwerp van het boek, maakt het verhaal ongeloofwaardig. Daarnaast vond ik dat Ben Hope een aantal keren wel erg gemakkelijk oplossingen vond voor ingewikkelde puzzelstukje. Er zat naar mijn gevoel geen goed uitgewerkte strategie achter.
Het schijnt dat de filmrechten van het boek al zijn verkocht. En dat kan ik me goed voorstellen: de vele actiemomenten – vechtpartijen, achtervolgingen per auto, etc. – zijn filmisch beschreven. Je ziet de scène's zo voor je! Voor voor een lezer is dat leuk, maar niet voldoende; die wil in het verhaal gezogen worden, wil één zijn met de hoofdpersonen. En dat gebeurt helaas niet.
ISBN: 9789026126680 Uitgeverij: De Fontein maart 2010 Paperback, 371 blz.
Vertaling: Pieter Janssens
© Joanazinha, april 2010
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Pagina 199 van 218