Zand
Koen D’Haene
In de proloog lezen we over een man die in een gletsjerkloof is gevallen en in spanning wacht op hulp. Hij was immers niet alleen? Hij noemt namen: Yvonne. Sarah.
Wie is deze man, en wat is er gebeurd?
Wie het debuut van Koen D’Haene heeft gelezen - IJs, een misdaadroman (2016) - heeft wel een idee, maar ook als je dat niet hebt, is het geen probleem om verder te lezen. De roman Zand speelt zich af op Schiermonnikoog, het eiland waar IJs eindigde. Het is twaalf jaar later.
De ik-verteller is Sarah. Zij is met Tom op vakantie op het eiland Schiermonnikoog. Beiden zijn leraar op een school in Oostende. Sarah heeft Tom lang op afstand gehouden maar onlangs besloten dat ze definitief voor hem kiest. Ze is er dan ook niet zo blij mee dat ze al snel in contact komen met een Nederlands stel, Michael en Ingrid, die duidelijk aangeven dat ze hun gezelschap zoeken om van alles samen te gaan ondernemen.
Als Michael steeds opdringeriger wordt, staat het voor Sarah vast: kappen met dat stel!
Dat blijkt nog niet zo eenvoudig. Is Tom intussen al vreemd gegaan met Ingrid? Dat zou blijken uit wat Michael insinueert, gewoon hardop, maar ook in appjes.
Sarah is overigens wel in trek bij de mannen: er is er nog een die meer van haar wil: ene Mories, die haar kent van vroeger. Dat is ook zeer onwelkom: want Sarah blijkt niet te zijn wie ze zegt dat ze is…
Ze doet haar best die mannen van zich af te houden en zich alleen om haar Tom te bekommeren, maar het loopt allemaal niet zo soepel.
Ze heeft ook het idee dat ze in de gaten gehouden wordt. Waanzin, zegt ze tegen zichzelf. Het eiland is gewoon klein, je komt steeds dezelfde mensen tegen.
Vanwege haar verleden is ze er niet gerust op. En ze heeft gelijk over haar gevoel. Want Mats, de man die 12 jaar geleden in de gletsjer gevallen is, is inderdaad ook op Schiermonnikoog. Hij weet niet veel meer van zijn verleden, maar herinnerde zich wel een Sarah. In Brussel kwamen er al flitsen terug uit zijn verleden, en toen hij in Oostende was herinnerde hij zich nog meer. Hij ontdekt de school waarvan hij wist dat zij er werkte. Hij deed navraag, ze werkt er nog steeds! En hij reist haar achterna. Misschien kan hij via haar zijn geheugen terugkrijgen…
Het loopt allemaal anders… heel anders zelfs.
Want wie is Sarah eigenlijk? Wat wil Michael? En waarom laat Mories haar niet met rust? En ook: waarom zegt Sarah niet gewoon tegen die mannen dat ze haar met rust moeten laten? Daar zit inderdaad meer achter, zoals we ook niet weten wat precies het oogmerk is van Michael en Ingrid als ze zich opdringen aan Sarah en Tom.
Een verhaal in wisselend vertelperspectief dat slechts langzaam spannend wordt, maar je dan ook niet meer loslaat.
D’Haene tovert steeds een ander duiveltje uit het doosje, waardoor de lezer verrast wordt. Je wilt steeds sneller gaan lezen, maar dat moet je eigenlijk niet doen, dan mis je details en fraaie volzinnen. Hij heeft zich duidelijk verdiept in de achtergrond – vooral toeristisch – van Schiermonnikoog, zodat we als het ware mee lopen en fietsen over het eiland.
Een spannende psychologische roman met ook nog een bijzonder einde - als het dat al is?
Koen D’haene (1964, Wevelgem) was leraar Nederlands. Later behaalde hij het diploma bibliotheekwetenschappen en werd hij stafmedewerker in de bibliotheek van Wevelgem. Hij schreef romans en verhalen voor kinderen, jongeren en volwassenen, o.m. Gek van een eiland (2010) en Ketters van de Kemmelberg (2017).
ISBN 9789491875991 | hardcover | 250 pagina's | Uitgeverij Letterrijn | maart 2020
© Marjo, 18 mei 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het Isisgeheim
Jeroen Windmeijer en Jacob Slavenburg
In het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is een grote tentoonstelling gepland over Egypte.
Arianna Esposito is egyptologe, opgeleid in Turijn, en nu werkzaam als conservator in het museum van Leiden. Ze spreekt al goed Nederlands, hetgeen haar collega Thijs de Rooij geregeld opmerkt. Vooral als ze bepaalde Nederlandse uitdrukkingen gebruikt.
Uit Turijn heeft het museum een gouden beeldje van de godin Isis te leen, nog geen twintig centimeter groot, en minstens tweeduizend jaar oud. Op het moment dat Arianne het aan het bekijken is, komt Thijs binnen. Ook hij houdt het beeldje even vast.
‘Best licht eigenlijk,’ zei Thijs. ‘Lichter dan je misschien zou verwachten voor zo’n massief stukje goud.’
Aanvankelijk legt Arianne zijn opmerking naast zich neer, maar de twijfel zet in. Ze besluit het beeldje te laten onderzoeken, en inderdaad: het is hol, en er zit iets in. Een papyrus, waar in het Oudgrieks een soort recept op geschreven is. Het betreft een middel dat zou leiden tot blijvend verhoogd bewustzijn. Arianna en Thijs gaan samen op zoek naar de precieze ingrediënten en werkwijze.
Helaas houden ze de ontdekking niet voor zichzelf, het geheim is al snel niet langer een geheim. De papyrus, foto's daarvan en de vertaling die Thijs gemaakt heeft, worden gestolen. Ze begrijpen al snel door wie.
De speurtocht die volgt leidt naar Oxford, en brengt hen in aanraking met groeperingen die zo hun eigen ideeën hebben over het recept. En zoals dat gaat met zoiets bijzonders: er zijn mensen die er goede dingen mee willen doen, maar ook mensen die er alleen maar geld aan willen verdienen en daarbij ook over lijken gaan.
Ook is er de relatie tussen Arianna en Thijs, die aanvankelijk niet soepeltjes verloopt. Maar als lezer heb je daar wel verwachtingen van.
Wat de verwachtingen betreft omtrent de afloop, dat klopt ook wel. Alleen de weg daar naar toe is onvoorspelbaar. Wat zullen onze held en heldin moeten doormaken om voor elkaar te krijgen wat ze willen?
Een enkele keer wordt er een lijntje opgeworpen dat verder niet uitgewerkt wordt. Waarom wordt er verteld dat Arianna wees is? Wat is de bedoeling van de ontdekking van Thijs, dat het document een palimpsest is? Het zijn details waar je als lezer meer van verwacht, maar de schrijvers komen er niet op terug.
SchrijverS, meervoud. Dit boek is ontstaan als samenwerkingsverband tussen Jeroen Windmeijer, bekend van zijn historische thrillers, en cultuurhistoricus Jacob Slavenburg, die onderzoek deed naar antieke mysteriën en daarbij steeds de godin Isis tegenkwam. Dat hij daar veel van weet wordt absoluut duidelijk in dit boek, hetgeen nog eens te zien is in de bibliografie. Het is een verhaal met veel informatie er in, die als terloops, maar wel ter zake doende, in het verhaal wordt ingeweven. Over Isis dus, en over mystiek, magie en alchemie. Maar ook over Leiden en Oxford. Over Plato en over de hermetische leer.
‘De menselijke ziel is verstrikt geraakt in de materie en zoekt een manier om daar weer los van te komen. Voor de geboorte was de ziel al in de Ideeënwereld aanwezig en heeft ze volmaakte kennis van de Ideeën opgedaan. Daarom wil de ziel ook terugkeren naar de goddelijke werkelijkheid, maar dat kan alleen als de mens zijn herinnering aan die goddelijke wereld weet terug te halen, zich weer herinnert.’
Zo is dit boek een boeiend, maar niet al te spannende thriller geworden. Voor de liefhebber.
Jeroen Windmeijer is antropoloog, maar was ook leraar godsdienst en maatschappijleer. Omdat hij een groot liefhebber is van thrillers als die van Dan Brown is hij, vooral omdat soortgelijke boeken zich nooit in Nederland afspelen, zelf gaan schrijven. In 2015 debuteerde hij met Het Petrusmysterie en vanaf 2019 is hij fulltime auteur. Begin maart 2020 verscheen zijn nieuwste thriller, Het Isisgeheim, die hij samen met auteur en cultuurhistoricus Jacob Slavenburg schreef.
ISBN 9789402704976 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | maart 2020
© Marjo, 1 mei 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Niemand die je hoort
Steve Mosby
Een seriemoordenaar laat z’n slachtoffers vastgebonden op bed achter, zonder eten of drinken. Als vrienden contact opnemen, stuurt hij ze geruststellende berichten, zodat het lijkt alsof er niets aan de hand is. Als de vrouwen dan overleden zijn, stuurt hij dezelfde vrienden een laatste bericht met de tekst: “Jij hebt haar laten doodgaan…”
Detective Sam Currie krijgt deze zaak op z’n bord en een van de verdachten is Dave Edwards. Deze komen we na de proloog al in het eerste hoofdstuk tegen. De hoofdstukken over hem zijn in de ik-vorm geschreven, zodat we met hem meeleven. Dave is illusionist en vormt samen met Rob, die zich daar ook mee bezig houdt, de redactie van een sceptisch tijdschrift. Dave worstelt nog steeds met de dood van z’n broer.
Ook de detective heeft z’n demonen, in de vorm van een aan drugs verslaafde zoon die inmiddels ook overleden is.
Dave heeft een ex-vriendin Tori, waar hij nog wel contact mee heeft, terwijl hij ook al een voorzichtige internetrelatie met Sarah heeft en dan blijkt Tori het volgende slachtoffer te zijn. Tori heeft twee vrienden, Choc en Cardo, die je maar beter niet tegen je in het harnas kunt jagen, iets waar Dave ook achterkomt. Hij wordt door hen in een wraakactie betrokken, waar hij uiteindelijk bij wegloopt.
In het boek speelt ook een zekere Mary een rol, die als kind regelmatig door haar vader vastgebonden is, waarna hij haar een aantal dagen zonder eten en drinken achterliet. Uiteindelijk heeft ze kans gezien om samen met haar broertje te ontsnappen. Haar vader, die politieman was, heeft de nodige tijd in de gevangenis doorgebracht en is inmiddels weer vrij, maar draagt nog steeds een enkelband. Mary beschuldigd haar vader van de moorden, maar de politie is daar niet van overtuigd, omdat de man inmiddels een wrak lijkt te zijn en hij volgens de gegevens van de enkelband nooit in de buurt van de plaatsen is geweest waar de dode vrouwen zijn gevonden.
Het is een uiterst spannend boek en als je denkt te weten wie de dader zou kunnen zijn, blijkt het een en ander toch weer anders te liggen.
ISBN 978 90 229 9355 2 | Paperback | 286 pagina’s | AW Bruna | 2009
vertaald door Martin Jansen in de Wal
© Renate 1 mei 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De patiënt
Sebastian Fitzek
© Marjo, 23 april 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Als Eline Jehaes, een jongedame die er van droomt een bekende journalist te worden, de auto van haar moeder in de prak rijdt, weet ze niet zo goed waar ze is. Haar telefoon heeft geen bereik, in kaartlezen is ze niet zo goed. Ze laat de auto achter, en gaat op onderzoek uit als ze een hond hoort blaffen. De weg volgend komt ze bij een rivier, de weg loopt het water in.
Een chagrijnige veerman zet haar over, en zo arriveert ze in Koolbeke.
De lezer denkt al snel te weten dat het een thriller wordt met een Amish-achtig tintje: het geïsoleerde dorp is vijandig ten opzichte van nieuwkomers – Eline dus – en ze ziet er mensen rondlopen met een akelig misvormd uiterlijk. Er zijn geen auto’s. Televisie en internet, dat gebruiken ze niet. Als ze tampons wil kopen, weigert de apotheker haar die ‘omdat ze niet getrouwd is’. Wat is dit voor achtergebleven dorp?
Gelukkig vindt ze wel onderdak. Een herbergierster (!), ene Sylvia, is gastvrijer dan de andere bewoners. Haar zoon is spastisch: hij zit in een rolstoel en kan niet praten. Gelukkig kan hij wel via een toetsensysteem communiceren.
Eline ontmoet Tessa die haar vertelt dat er plannen zijn met het dorp – een brug die de verbinding zal vormen met de bewoonde wereld bijvoorbeeld. En ze vertelt er bij dat niet iedereen daar blij mee is.
Wat Eline niet weet – en de lezer wel - is wat er achter de schermen van het dorp nog meer gebeurt. Maar ze is al wel getriggerd: hier zit een verhaal in!
Ze neemt contact op met een oude kennis, Eva. Een gesprek tussen Eva en Eline maakt eindelijk duidelijk waar dit boek om draait: Het Kolbekesyndroom, een akelige ziekte die de misvormingen veroorzaakt die Eline heeft gezien.
Dan komt deel twee - dat lijkt wel een ander boek! - waarin Hugo Cockaert het vertelperspectief vormt. Hij kondigt een revolutionair geneesmiddel aan tegen osteoporose. Cockaert denkt hiermee nog rijker te worden dan hij al is. Hij woont met vrouw en twee kinderen in een grote villa en leidt een bourgondisch leven.
Na de presentatie wordt Cockaert opgewacht door een onbekende. Die aangeeft dat hij helemaal niet zo onbekend is: twintig jaar eerder hebben ze elkaar al ontmoet. De man bedreigt Cockaert, hij eist een flinke som geld. Hugo’s fijne leventje staat vanaf dan compleet op zijn kop. De arrogante rijkaard die denkt overal mee weg te komen, stuit nu op ondoordringbare hindernissen. En hij blijkt ook zijn vrouw en kinderen niet zo goed te kennen.
De thriller begint…
Er volgen nog twee delen, een verteld vanuit Lea, mevrouw Cockaert. Het laatste is weer voor Eline. Met deze ietwat vreemde warrige opbouw trekt de schrijfster haar lezers wel het verhaal in. Er zit nog een ander thrillerelement in het verhaal verwerkt, dat wel aangeeft wat voor soort dorp het is, maar dat was toch al wel duidelijk, dus enigszins overbodig.
De schrijfster zet je steeds op een ander spoor, waardoor je nieuwsgierig wordt wat je nu eigenlijk aan het lezen bent. Omdat het een lekker leesbaar verhaal is, met personages die je buren zouden kunnen zijn, blijf je gelukkig wel doorlezen.
Als je dat eenmaal weet laat het verhaal je niet meer los. Het thema is uit het leven gegrepen, behalve misschien dat afgelegen dorp. Dat lijkt in deze tijd, en in Vlaanderen, niet zo realistisch. Maar er wordt dan ook aan gewerkt om het voor de wereld te openen.
De manier van schrijven is eenvoudig, met veel details en vaak wat sappig Vlaams in de woordkeuze.
Belinda Aebi (1959) werkte 26 jaar als manager van de juwelenafdeling bij de firma Rodania, het horlogebedrijf dat door haar Zwitserse vader in België werd opgericht en uitgebouwd. In het boek Swiss Made (maart 2008) tekende ze zijn levensverhaal op. Tijdens het werken aan deze biografie ontdekte ze haar "goesting" om te schrijven. Het Dorp is intussen al haar tiende boek.
ISBN 9789463967020 | paperback | 436 pagina's | Uitgeverij Hamley Books | december 2019
© Marjo, 22 april 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Vuurmoord
Jorun Thørring
Op 15 oktober 2007 loopt er een man rond het huis van de familie Fjeld in Tromsø. Johan Fjeld meent z’n oudere broer Karl te herkennen, maar dat is onmogelijk, want die is bij de grote brand in het oude centrum van Tromsø op 14 mei 1969 om het leven gekomen. De man belt aan, maar Johan doet niet open. Vervolgens keren we terug naar het moment van deze brand. Is Karl Fjeld wel bij deze brand om het leven gekomen?
De lezer weet al snel dat dit niet het geval is, maar wie is de dode dan wel?
Als er op 16 oktober 2007 weer een brand uitbreekt, waarbij een slachtoffer valt, krijgt politie-inspecteur Aslak Eira de leiding over het onderzoek. Daar het duidelijk wordt dat Karl Fjeld inderdaad weer is opgedoken, gaat de aandacht ook uit naar de brand in 1969. Men gaat op zoek naar getuigen, maar die worden een voor een het zwijgen opgelegd.
Ook het privéleven van Aslak Eira speelt weer een rol in dit boek. Hij heeft problemen met z’n zoon Niilas, die met een vriendin is thuisgekomen, waar Aslak z’n bedenkingen bij heeft. Deze vriendin blijkt wat tamelijk onaangename kanten te hebben, hoewel dit deel van het verhaal niet helemaal uitgewerkt is.
Het is weer een spannend boek geworden, dat heen en weer schiet tussen het heden en de gebeurtenissen in mei 1969 en tot op de laatste bladzijden is het onduidelijk wie de dader is. Eigenlijk blijf je als lezer zelfs dan nog wel met een paar vraagtekens zitten.
ISBN 978 90 6306 623 9 | Paperback | 358 pagina’s | Davidsfonds | 2012
vertaald door Neeltje Wiersma
© Renate 30 maart 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

Ondergronds
Lidewij Martens
Over de Amsterdamse metrolijn Noord/Zuid is al heel wat te doen geweest, maar plaats delict voor een seriemoordenaar?
Lidewij Martens durft het aan een thriller te schrijven waardoor je geen ondergrondse metrolijn meer durft te betreden, waar dan ook.
Haar hoofdpersoon is Flo Berge. Zoals bij de meeste boekenspeurders gaat het in haar privéleven niet zo soepel, maar is ze daarentegen een slimme en gedreven inspecteur. Doordat ze klein van stuk is heeft ze al vroeg geleerd om van zich af te bijten, zij laat zich niet op haar kop zitten.
Het eerste slachtoffer is een vrouw die gevonden wordt in metrostation Noord. De metro rijdt daar nog niet, maar de opening is binnenkort. Al snel is duidelijk dat het niet om zelfmoord gaat, maar verder zijn er nauwelijks aanwijzingen. Flo heeft de kans nog niet gehad om gedegen onderzoek te gaan doen als er een tweede dode gevonden wordt: in het volgende metrostation, Noorderpark.
Het enige wat de twee casussen gemeen hebben is dat de slachtoffers gevonden zijn in een metrostation. Er is geen enkele aanwijzing dat het een en dezelfde moordenaar is. Toch moet het onderzoek in die richting gaan denkt Flo.
De pers, in de persoon van Vanessa, hijgt in haar nek:
‘Aan de opeenvolging van moorden op de nog net niet operationele Noord/Zuidlijn in Amsterdam is weer een slachtoffer toegevoegd. Het ligt hier recht achter mij, onderaan de roltrap die toegang verschaft tot…’
Als Vanessa op dit punt gekomen is, snoert Flo haar de mond. Ze vraagt zich af hoe het kan dat deze journalist iedere keer zo snel op de locatie is. Is er een lek op het bureau? Is Vanessa op een andere manier betrokken bij de zaak?
De zaak wordt nog gecompliceerder als Flo ook persoonlijk bedreigd wordt. Ze weet niet of dat ook verband houdt met de zaak, maar ze wordt wel voorzichtiger, vooral ten aanzien van haar geliefde hond Hunter. En haar zoon natuurlijk.
Toch lijkt de moordenaar – het moet er wel eentje zijn – haar steeds een stap voor te blijven. En er zijn nog meer stations op de Noord/Zuidljn...
De plot is origineel en zit goed in elkaar. Martens volgt het geijkte patroon: natuurlijk is er onenigheid op het politiebureau, is er een meerdere die zich wil profileren ten koste van zijn ondergeschikte. Net als het feit dat Flo de stereotype speurder is, met de haast gebruikelijke vermenging van privé en werk.
Maar de spanning wordt rustig opgebouwd tot een bijzondere ontknoping. Martens schrijft zo beeldend dat je de scenes voor je ziet, met als gevolg dat je wel twee keer nadenkt voor je de metro weer instapt!
Lidewij Martens is roman- en scenarioschrijver. Zij schrijft voor televisieseries als Baantjer, IC, Spangen, Flikken Maastricht, SpangaS en Mees Kees, de serie. Martens heeft al diverse boeken op haar naam staan, zoals: Een plek om te schuilen, Tot je valt, een roman die eerder uitkwam onder de naam Dubbel rood en Steigereiland.
ISBN 9789402704914 | paperback | 436 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | februari 2020
© Marjo, 8 april 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Dag en nacht
Romy Hausmann
Lena is al veertien jaar spoorloos. Haar vader Matthias heeft nooit de hoop opgegeven, hij verdenkt haar ex-vriendje Mark, maar volgens de politie heeft hij een alibi. Toch blijft Matthias daar aan vasthouden. Lena’s moeder, Karin, wil alleen maar dat ze haar dochter kan begraven.Als ineens die politieman belt met het bericht dat ze gevonden is en na een ongeluk in het ziekenhuis ligt, heeft Matthias het niet meer. Hij gaat er onmiddellijk heen. Na een vreselijke rit moeten ze nog wachten tot ze bij Lena mogen. En het is iemand anders. Een onbekende.
De schok is groot. Maar dan ziet Matthias in de gang van het ziekenhuis een meisje op hem af komen. ‘Lenie’, stamelt Karin, die het ook ziet. Het kind is precies hun Lena toen ze die leeftijd had. Het meisje is Hannah, de dochter van Lena. Maar die vrouw is Lena niet! Hoe zit dit?
Hannah vertelt over een hut, waar zij woonde met haar papa en mama en een broertje, Jonathan. De politie vindt de hut, en de jongen én een dode man, wiens gezicht tot pulp geslagen is. Lena, die Lena niet is, biecht op dat zij dat gedaan heeft, bij haar ontsnappingspoging. De man wilde dat zij deed alsof ze Lena was. Ze moest een moeder zijn voor de kinderen, en gedrieën moesten ze zich aan strenge regels houden. Er waren vaste tijdstippen voor alles, bijvoorbeeld ook om naar de wc te gaan. Lena werd vastgebonden in bed. De ramen waren geblindeerd.
De man besliste over dag en nacht.
Lena blijkt de 23-jarige Jasmin te zijn. Ze heeft geen familie, alleen een vriendin, de enige die nu ook naar haar omkijkt. Maar Jasmin zit zwaar met zichzelf in de knoop. Ze heeft een moord gepleegd. Ze heeft de kinderen in de steek gelaten. Ze kan niet voor zichzelf zorgen, de media liggen voor de deur, en dan krijgt ze ook nog vreemde briefjes. 'Spreek de waarheid.'
Omdat het verhaal verteld wordt vanuit verschillende personages, is voor de lezer het verhaal tegelijk makkelijker te volgen als juist extra mysterieus.
Matthias wil zijn kleindochter in huis halen. Dat gaat niet zonder slag of stoot.Het meisje Hannah is erg intelligent, maar heeft een autistisch syndroom, waardoor haar gedrag niet te begrijpen is. Jasmin is de derde verteller.
'Ik zit gevangen, daar heeft mijn ontsnapping niets aan veranderd.'
Hun verhalen draaien allemaal om Lena. Waar is zij gebleven? Hoe kan het dat de kinderen Jasmin zonder meer als hun mama zagen? Wie is de pater familias en waarom deed hij wat hij deed? Je denkt als lezer toch wel enkele keren dat je weet hoe het zit. Maar Romy Hausmann houdt je voor de gek! Bovendien laat ze wijselijk de dader niet aan het woord.
Het is een spannende thriller, meer door de psychologische toonzetting, door de reacties op andermans acties. Omdat de belangrijkste personages ieder hun eigen problemen hebben, reageren ze niet zoals je zou verwachten. En dat maakt het af en toe gruwelijk spannend. Maar Hausmann houdt het ook geloofwaardig en dat is knap. Haar debuut smaakt naar meer!
De Duitse Romy Hausmann (1981) was hoofdredacteur van een televisieproductie in München.
ISBN 9789402703542 | paperback | 338 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | augustus 2019
Vertaald uit het Duits door Jan Smit
© Marjo, 2 maart
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zoutzuur
Weerzinwekkend, verminkend, verwoestend
Peter J.L.M. Bernink
‘Adriënne van Gulik had haar eigen doodvonnis getekend. Zij zou de derde worden. Ze hadden er allemaal om gevraagd. De vorige twee was hij al bijna weer vergeten. Dat was goed. Te lang hadden ze hem pijn gedaan. Het probleem was echter dat hun dood hem niet de rust en de bevrijding had gegeven die hij verwacht had. Geen echte bevrediging. Meer iets dat schuurde en dat langzamerhand door het vele schuren glad was geworden. De derde moest meer opleveren.’
Het is 2014, als de moordenaar dit bij zichzelf bedenkt. Wat heeft deze Adriënne gedaan dat ze dood moet? In zijn ogen dan. En er waren twee anderen? Wie waren dat, en wat hadden zij gedaan?
Nu er geld blijkt te zijn om oude moordzaken – cold cases – opnieuw te bekijken, wordt hoofdinspecteur Kuitert benaderd door de ouders van Doortje van Capel. Deze jonge vrouw, 24 jaar toen zij stierf, is twintig jaar eerder in Groningen op beestachtige wijze vermoord. Zij werd verminkt teruggevonden, ze was overgoten met zoutzuur en levend begraven. Een dader werd nooit gevonden. De forensische technieken zijn verbeterd, en wie weet herinneren getuigen van toen zich andere dingen?
Tegen de zin van de officier van justitie neemt Kuitert contact op met Bert Koch, een oud-neuroloog, die zich graag in schijnbaar onoplosbare zaken vastbijt. Toch waarschuwt Koch de ouders dat er weinig hoop is. Het is al zo lang geleden. Maar de ouders confronteren hem met het feit dat hij zelf bij hun dochter in de zesde klas van de lagere school zat. Dat intrigeert hem, en hij opent de zaak. Dinah Kreulder die behalve een uitstekende secretaresse, ook geoefend is in vechtsport, en nog meer verborgen talenten heeft, is zijn assistente. Ook haar vriendin Lenie Tak, expert in ICT-zaken, wordt op de zaak gezet.
Dan ontdekken ze dat er tien jaar geleden in Deventer een moordzaak was, waarbij een jonge vrouw op soortgelijke manier om het leven kwam. Ook hier werd nooit een dader gevonden. Dat de link niet eerder gelegd is, heeft te maken met nalatigheid van het team in Deventer.
Nu verdwijnt er in Utrecht opnieuw een vrouw, Adriënne van Gulik. Als zij na een tijdje gevonden wordt, is er onmiddellijk herkenning: hier is dezelfde dader bezig geweest! Maar als Koch nu dacht dat de moordenaar snel gevonden zou worden, heeft hij het mis. Ze blijken te maken te hebben met iemand, die geen sporen achterlaat. Hij lijkt onzichtbaar. Als ook nog duidelijk wordt dat hij een meesterhacker is, meer thuis in de wereld van de cybercriminaliteit dan welke ICT-er bij de politie ook, wordt het verdraaid lastig hem op te sporen. Hij lijkt te weten wat de politie doet en blijft hen steeds een stap voor. En durft hen zelfs te bedreigen. Ook Koch is zijn leven niet meer zeker.
Omdat de lezer eveneens een inkijkje krijgt in het leven van de dader, kunnen we dat gevaar goed volgen. Wij weten dat hij niet onderschat moet worden! De man – dat het een man is weten we – is in zijn eigen wereld een genie.
Superspannend verhaal! Regelmatig worden de verschillende feiten opnieuw op een rijtje gezet, dat is prettig want meestal kun je een boek als dit niet in een keer uitlezen. Maar nu hoef je niet terug te bladeren om uit te zoeken hoe het ook al weer zat.
Bernink gebruikt vaak cliffhangers met een beetje humor:
'Samen zouden ze dat varkentje wel even wassen.
Het liep anders.'
Behalve de moordzaak rond de seriemoordenaar speelt op de achtergrond ook de concurrentie binnen het politiekorps een rol. Er zijn verschillende blaaskaken die het de goede speurders niet bepaald makkelijk maken, van die machomannetjes die denken de wijsheid in pacht te hebben, of mensen die ten koste van een ander hogerop willen komen.
Gelukkig zijn er ook goede, integere politiemensen.
Wie is hier de slimste mens? De moordenaar is wel een grote kanshebber…
Peter J.L.M. Bernink (Enschede, 1944) was cardioloog van beroep. Hij was werkzaam in Groningen. In 2014 verscheen zijn eerste thriller Geen weg terug. Na Valse hoop (2015), Kwade vrienden (2016), Het Icoon (2017) en Gifgas (2018), is Zoutzuur zijn zesde thriller.
ISBN 9789493059306 | paperback | 333 pagina's | Uitgeverij Palmslag | december 2019
© Marjo, 8 februari 2020
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Pagina 40 van 219